Tamara van Duin: “Eigenlijk zouden Gouden Gasten overbodig moeten zijn”

Gouden Gasten zijn denkers en doeners (m/v), die verandering en vernieuwing in organisaties van binnenuit ondersteunen. In een interviewreeks stellen we ze één voor één aan je voor. Vandaag: Tamara van Duin.

Tamara, wat zie jij als de grootste uitdaging in organisaties?

“Voor mij is een organisatie een club mensen, en geen hark of een stelsel van systemen en processen. Het zijn de mensen die het gezicht bepalen en het pad uitstippelen. Zij geven leven aan de ideeën. Dus is het van belang dat een organisatie kan bewegen als er randvoorwaarden veranderen. Ik vind dat proces razend interessant. Ik heb onder meer Klinische Psychologie gestudeerd en verdiep me sinds ik werk in het gedrag van mensen.”

 

Wat vinden mensen moeilijk in tijden van verandering?

“Het blijkt keer op keer lastig om te kiezen voor dat waar je naar verlangt. Dat kan een functie zijn, een plek in een projectgroep of een bepaalde taak of verantwoordelijkheid. Als het gaat over verlangens zeggen mensen al snel: ‘Dat lukt toch niet’ of ‘Daar zijn de omstandigheden niet naar.’ Vervolgens gaan de hakken in het zand. Het is de makkelijkste weg, want in onvrede kunnen mensen lekker blijven hangen. Ik zie het als mijn rol om mensen zoveel vertrouwen te geven dat ze zich wél uitspreken over hun verlangens.”

 

Waarom zijn die verlangens zo belangrijk?

“Omdat daar energie, passie, en creativiteit zit. Verlangens en het gedrag dat daaruit voort komt, is de motor van een organisatie. Overtuigd zijn van je visie en (zelf)vertrouwen geven jeu aan producten en diensten. Maar het vraagt doorzettingsvermogen. En het lef om heel kritisch naar jezelf te kijken. De drang naar verbetering zit in ons allemaal. Net als de behoefte aan zekerheid, en het vasthouden aan oude gewoonten en patronen. Het lijkt soms wel een continue  strijd tussen uitersten. Een goede balans hierin is voor mij wel een van de randvoorwaarden voor duurzame verandering.”

 

“Ken je Undercover Bosses op SBS6? Directeuren en managers draaien in dat programma mee op de werkvloer, zonder dat medewerkers het weten. Voor die hoge piefen gaat er op dat moment een beerput open. Er wordt veel geklaagd over ‘het management’. Maar dat geklaag is wel een vliegwiel voor verandering, daar zit energie. Mensen klagen volgens mij namelijk vanuit het verlangen dat het beter kan. Mensen worden alleen vaak niet gehoord of laten zich niet gelden. Ze ervaren of nemen de ruimte niet om zelf zaken te verbeteren .”

 

Wat kunnen organisaties leren van Undercover Bosses?

“Kijk en luister naar je medewerkers. Wat speelt er? Wat beweegt mensen? Waar hebben ze zorgen over? Waar worden ze enthousiast van? Dat moet je basis zijn om mensen te laten bewegen. Als je mensen laat bewegen vanuit hun eigen passie en betrokkenheid, is het niet nodig om ‘ze in beweging te brengen’. Je hoeft dan alleen nog maar de richting aan te wijzen.”

 

Wat kenmerkt jou als veranderprofessional?

Toen ik net begon met werken geloofde ik nog in groots en meeslepend, en alles van tevoren in kaart hebben. Maar inmiddels weet ik dat het mij beter past om aan te sluiten bij de kansen en momenten die zich als vanzelf aandienen. Een verandering is best eng. Zeker als alles op de tocht staat en er veel onzeker is. Door aan te sluiten bij initiatieven die iets met het grotere (verander)doel te maken hebben, kom je stap voor stap dichterbij wat een organisatie wil zijn, bereiken, en betekenen voor haar klanten. Daarbij – en dat vind ik het allerbelangrijkste – probeer ik ruimte te maken voor eigenheid. Eigenlijk zouden Gouden Gasten zoals ik overbodig moeten zijn. Dat zou namelijk kunnen betekenen dat organisaties begrijpen hoe ze het beste van mensen naar boven halen. Beweging volgt dan als vanzelf. De praktijk is echter anders. Om die reden vind ik dieren ook zo leuk. Dieren zijn totaal zichzelf, eerlijk, open en direct. Ze doen soms lelijk naar elkaar, zeker in groepen, maar het gedrag is altijd puur. Daarom ben ik graag bij mijn paarden.”

 

Wat doen jouw paarden anders dan mensen?

“Om fijn te rijden wil je de regie hebben over wat je paard doet. Maar zodra je dwingend wordt of een paard wilt overheersen, gaat het mis. Op dat moment beweegt het paard niet meer. Paardrijden is een samenspel. Het gaat om harmonie, om samenwerken, en om het continue proces van zoeken, vinden, verliezen en hervinden van wederkerige afstemming. Respect en eerlijkheid zijn absoluut cruciaal. Ze zeggen niet voor niets ‘vertrouwen komt te voet, en gaat te paard’. Voor mij is het pure ontspanning, om te werken met living beings die in wezen niets anders van me vragen dan volledig op mijn gemak te zijn. Met mezelf, hen, anderen, de omgeving, en met de situatie. Ik ben blij als ik erin slaag een beetje hiervan door te geven aan de organisaties waar ik voor werk.”