Verhalen

Ed en Ilse

Onderwijskwaliteit en personeel in één afdeling, waarom sprak het jullie aan?

Ed: ‘Het opleiden van mensen is het kernproduct van een hogeschool. Dat doe je met docenten, mentoren, ondersteunend personeel, noem maar op. Er is een heel stelsel van medewerkers bij betrokken. Voor goed onderwijs heb je goede mensen nodig. Onderwijskwaliteit en HRM met elkaar verbinden is in dat opzicht logisch. Hogeschool Rotterdam toonde het lef om dat organisatorisch óók te doen. Dat spreekt mij zeer aan. Ze voegen de daad bij het woord.’

Ilse: ‘Het is niet standaard om onderwijskwaliteit en personeel binnen dezelfde centrale afdeling onder te brengen. Dat heeft vooral te maken met de organisatiestructuur, decentraal versus centraal. Terwijl onderwijskundigen vaak ook een mening hebben over personeel en vice versa. Deze opzet doet meer recht aan de mensen en hun kwaliteiten.’

Hoe kijken jullie terug op het aanstellingsproces?

Ilse: ‘Het was een lang proces met veel gesprekken, eerst bij Gouden Gasten, later bij de hogeschool. Hoe verder ik kwam in het proces, hoe meer ik ervan overtuigd raakte dat ik voor deze functie wilde gaan.’

Ed: ‘Wat je zegt is waar: het was uitgebreid. Ik heb het ervaren als zeer zorgvuldig, alle partijen waren nauw betrokken. Dat is goed voor het draagvlak en dus voor de samenwerking in de toekomst.’

Wat trok jullie aan in deze functie?

Ilse: ‘De organisatie en het onderwijs is duidelijk in beweging om toekomstgericht onderwijs te verstevigen. En die taak is nooit af. Dat klinkt als een dynamisch toekomstperspectief, dat past bij mij. Ik loop liever buiten de gebaande paden. Niet voor niets werkte ik zeven jaar in het onbekostigd onderwijs, bij NCOI, terwijl veel van mijn medestudenten in het bekostigd onderwijs begonnen.’

Hoe was dat voor jou Ed?

‘Voor mijn aanstelling bij de Hogeschool Rotterdam werkte ik viereneenhalf jaar voor Holland Casino. Daarvoor werkte ik geruime tijd voor een zorgverzekeraar. Ik kom niet uit het onderwijs, maar had wel oren naar een maatschappelijk relevante organisatie. Het werken bij de hogeschool draagt bij aan de vorming van studenten tot goed opgeleide, mondige deelnemers aan de maatschappij. Dat spreekt me aan. De decentrale gedachte maakt de functie bovendien complex en uitdagend. Aan de ene kant wil je pal staan voor de centrale uitgangspunten, anderzijds wil je meebewegen met het instituut waarvoor je staat opgesteld. Het is zoeken naar balans tussen twee belanghebbenden. Dat vergt aanpassingsvermogen, souplesse en soms een sterke rug. De afdeling die er nu staat moet verder ontwikkeld worden. De strategie ligt er, net als de wens om dit af te maken. Met die uitgangspunten kan ik iets.’

Waar gaan jullie allereerst mee aan de slag?

Ed: ‘De club waaraan wij leidinggeven is zeer gedreven. De uitdaging is om mensen met elkaar in verbinding te brengen. Dat vraagt om focus. Teamontwikkeling is een van de aandachtspunten, net als leiderschap. Voor HRM specifiek zijn er vijf, zes thema’s benoemd waarmee we de komende jaren aan de slag gaan. Ik kan organisaties goed lezen, ben geïnteresseerd in mensen en zet individuen graag in hun kracht. Dat komt van pas.’

Ilse: ‘Wat ik ga doen loopt parallel aan wat Ed schetst, maar dan aan de onderwijskwaliteit-kant. Er lopen veel projecten, programma’s en processen. Waar komt het vandaan en waar draagt het aan bij? Daar probeer ik lijn in aan te brengen. Samen met de medewerkers. Mijn analytische vaardigheden helpen in deze omgeving – ik ben altijd op zoek naar het overzicht. Hoe verhouden mensen en processen zich tot elkaar? Ik ga eerst terug naar de oorsprong om me vervolgens op de toekomst en het resultaat te richten.’

Onderwijskwaliteit en Personeel is één afdeling. Tegelijkertijd zijn jullie benoemd als respectievelijk manager onderwijskwaliteit en manager HRM binnen die afdeling. Hoe gaan jullie ervoor zorgen dat beide aspecten met elkaar verweven blijven?

Ilse: ‘Dat begon al tijdens onze sollicitatieprocedure. We maakten kennis met elkaar nog voor we kennis maakten met de organisatie. We hebben veel contact en trekken nauw met elkaar op. En wij niet alleen: we organiseren dat ook in de teams. Daar zit wel een spanningsveld, zeker in deze coronatijd. De uitdaging is om gezamenlijke thema’s ook daadwerkelijk gezamenlijk op te pakken.’

Ed: ‘De neiging van onderwijskundigen is om met onderwijs bezig te zijn en als P&O medewerker ben je graag met P&O bezig. Het is niet eenvoudig, maar we doen er alles aan om de twee werelden in elkaar te laten vloeien.’

Ilse: ‘Dat ligt niet alleen bij ons. Wij kunnen ons er hard voor maken, maar we moeten het met de hele club doen. Dat begint ermee dat iedereen de meerwaarde ziet van die brede benadering.’

Wat hopen jullie eind 2021 te hebben bereikt?

Ilse: ‘Dat is al over een jaar. Tegen die tijd ken ik de organisatie, weet ik hoe de hazen lopen en is onze dienstverlening en expertise passend bij de decentrale besturingsfilosofie.Dit om de bijdrage vanuit onze teams richting de opleidingen te vergroten.’

Ed: ‘Wat doen we als afdeling en waarom? Binnen ons eigen team wordt daar al verschillend over gedacht en in de organisatie dus ook. De komende tijd willen we onze identiteit sterk neerzetten. Eind 2021 hebben we een afdeling die in alle opzichten goed met elkaar samenwerkt, door bundeling van kennis en inzichten goede resultaten weet te bereiken en hierdoor gekend, erkend en gewaardeerd wordt in de gehele hogeschool. Het zou fantastisch zijn als onze interne opdrachtgevers ons straks weten te vinden voor de vragen waarbij wij kunnen helpen. En dat zij daarna zeggen: “Dat is waardevol.”’

Tot slot: wat is een Gouden Gast volgens jullie?

Ilse: ‘Ik zou zeggen: een leergierige en resultaatgerichte denker en ook zeker een doener. Vanuit deze houding gaat een Gouden Gast graag nieuwe uitdagingen aan.’

Ed: ‘Een Gouden Gast is iemand die begrijpt dat een organisatie met goede en gemotiveerde medewerkers goud in handen heeft waarmee een prachtig gouden sieraad kan worden gevormd.’

 

Delen via: